Kamp Natzweiler-Struthof: Een concentratiekamp tussen de ‘mooie’ Franse bergen

Het is mistig als ik op een woensdagmiddag met de auto langs de Franse plaats Natzwiller rijd. De weg begint kronkelig te worden en de huizen verdwijnen steeds meer naar de achtergrond. Ik zie alleen nog maar hoge bomen waarvan de toppen in de mist verdwijnen. Ik rijd weer naar een afgelegen plek, denk ik. In de verte zie ik een hele rij auto’s langs de weg geparkeerd staan. Ik rijd een stukje door en niet veel later zie ik het bord met daarop de tekst: Natzweiler-Struthof. Ik parkeer de auto en wacht even met uitstappen. Ik zie een grijze betonnen muur waarop met grote letters Struthof staat.

Op 1 mei 1941 openden de nazi’s nabij de dorpen Natzwiller en Struthof, een concentratiekamp met de naam KL-Natzweiler. Het was het enige door de Duitsers opgezet concentratiekamp op het huidige Frans grondgebied. Het kamp ligt midden in het hart van de Vogezen, een prachtige omgeving. Van alle concentratiekampen lag Natzweiler-Struthof het hoogst, namelijk op 800 meter. De nazi’s wilden een ‘mooi’ concentratiekamp bouwen in een natuurgebied (Van Eck & Van Eeckhout, 2015). In de zomer liepen de temperaturen op tot 30 graden. In de winter was het er koud en werden de heuvels bedenkt sneeuw.

Eerst kwamen alleen gedetineerden uit andere concentratiekampen aan in Natzweiler-Struthof via treinen die reden over een smalspoor. Dat is een spoorlijn waarvan de spoorbreedte smaller is dan normaal. Hierdoor waren de wagons ook veel smaller. Deze spoorlijnen werden meestal gebouwd in bergachtige plekken. Naast de hoofdingang lag deze zogenoemde spoorlijn die gebouwd was eind 19de eeuw. 

Eind mei 1941 komen de eerste 300 mensen aan vanuit het concentratiekamp Sachsenhausen. Zij moesten het kamp en de toegangswegen bouwen. Zelf sliepen ze in tenten bij de herberg le Strufhof dat 800 meter van het kamp lag. In de herberg sliepen de SS’ers. 

Als ik voor de oude herberg sta, zie ik alleen een leeg omhulsel. De deuren en ramen zijn gesloten. Sommige bezoekers drukken hun neus tegen de ramen aan om naar binnen te kunnen kijken. Je ziet verlaten kamers met hier en daar een wasbak waar stof op ligt. Hoe zou het hier in 1941 uit hebben gezien? En wat gaat er nu met dit gebouw gebeuren? Deze vragen spoken door mijn hoofd. 

Als ik op mijn telefoon zoek naar wat meer informatie over de herberg stuit ik op een nieuwsbericht waarin staat dat in 2017 de toenmalige staatssecretaris van defensie Jean-Marc Todeschini bekend maakte dat de oude herberg omgebouwd zou worden tot een herdenkingsplek. Tot het najaar van 2016 zat er nog een restaurant in. Volgens de voormalige staatssecretaris is dit gebouw belangrijk voor het collectieve geheugen. “In dit oude gebouw begon de geschiedenis van het kamp.” 

De eerste 300 gevangenen die in mei 1941 aankwamen, liepen elke dag van hun tent naar het toen nog lege kampterrein. Op hun rug brachten ze materialen mee voor de eerste barakken. In één barak zouden 150 – 200 gevangenen komen, in praktijk werden dat er veel meer. Doordat het kamp in bergachtig gebied lag, stonden de barakken op verschillende niveaus. Ze werden met elkaar verbonden door steile stenen trappen. Zodra de eerste barakken af waren, kwamen er steeds meer gevangenen. Pas in de zomer van 1944 was de laatste barak klaar. In totaal werden er 14 barakken gebouwd.

Ik keer de herberg mijn rug toe en zie een ander gebouw dat omringd is door steigers. Ik lees op het bord dat dit de gaskamer was. In 1943 werd deze tegenover de herberg gebouwd. Hij was ontworpen door kampcommandant Josef Kramer op verzoek van nazi-hoogleraren geneeskunde van de Reichuniversiteit van Straatsburg om medische experimenten uit te voeren.

In het begin werd de gaskamer gebruikt om de kleding van de gevangen te ontsmetten. Later werd hij gebruikt om nieuwe gassen te bestuderen, zoals mosterdgas en fosgeengas. Gedeporteerden (die vaak uit Auschwitz kwamen) werden als proefkonijnen gebruikt. Het was niet ‘de bedoeling’ dat de gevangen stierven, al gebeurde er vaak ‘ongelukjes’. In het kamp werden nog meer ‘medische experimenten’ uitgevoerd. De experimenten werden uitgevoerd in opdracht van August Hirt, professor anatomie, Otto Bickenbach, professor geneeskunde en specialist in gevechtsgassen en Eugen Haagen, een viroloog die een vaccinatie tegen tyfus had ontdekt. Hij zette zijn werk over de effecten van tyfus voort door experimenten in dit kamp. 

In het gebouw waar de gaskamer in zat, was ook een kamer met drie diepe kuilen gevuld met de stof formaline waarin lijken bewaard werden. De lichamen die daar lagen werden getransporteerd naar de universiteit van Straatsburg. Dit werd gedaan voor August Hirt, professor anatomie, zodat hij zijn anatomische collectie kon uitbreiden. Uiteindelijk werden er zeker 86 lichamen naar Hirt gestuurd. 

Vanaf eind juni 1944 tot oktober 1944 werd de gaskamer ook een plek voor executies. Joden die niet meer in staat waren om te werken, Poolse verzetsstrijders en 77 Russische krijgsgevangenen werden geëxecuteerd met het gas Zyklon B.

In het midden van 1944 werden twee treinwagons omgebouwd tot mobiele gaskamers. Ze werden ook wel de bewegende gaskamers genoemd. Zieke en oude joodse vrouwen werden hierin vergast. Daarna werden de lichamen overgebracht naar het crematorium dat vlakbij lag. 

Natzweiler-Struthof was geen vernietigingskamp, zoals Auschwitz-Birkenau en Sobibor, maar een Konzentrationslager der Stufe III. Dat betekende dat hier gevangenen zaten die als zeer gevaarlijk werden beschouwd. Het was een zwaar kamp met hoge sterfte door arbeid, experimenten en ophangingen. Vlakbij bij het kamp lag een granietgroeve. Daar moesten de gevangenen graniet hakken voor het Reich. Het was zwaar en ‘vernietigend’ werk. Gevangenen stierven aan uitputting of door ernstige mishandelingen door SS’ers. 

In totaal hebben er 110.000 mensen uit 25 verschillende landen gevangenen gezeten. De meeste gevangenen waren Pools, Russisch of joods. 65.000 mensen zijn vermoord in Natzweiler-Struthof. 

De mist wordt steeds erger als ik het pad door het bos volg. Ik heb de herberg en het gebouw waar de gaskamer inzat achter mij gelaten. Het pad lijkt steeds smaller te worden door de mist. Dit pad hebben de eerste gevangenen dag in dag uit gelopen totdat het kamp klaar was, denk ik. Wanneer ik naar links kijk zie ik een groot blok, steeds scherper worden. Het is een huis met een zwembad dat uitzicht heeft op het voormalig kampterrein. Dit kan maar een ding zijn, denk ik. Dit was het huis van de kampcommandant. Het huis is rond 1941 gebouwd door gevangenen. Twee kampcommandanten hebben hierin gewoond. Max Pauly heeft er tot 1942 gewoond en daarna kwam Paul-Werner Hoppe die er tot 1945 heeft gewoond. De villa werd schoongemaakt door gevangenen en ook het huishouden werd door ze gedaan. Daarnaast had je nog een aantal gevangenen die zorgden voor de tuin. Het huis is van de buitenkant vandaag de dag nog in goede staat. Het huis is eigendom van de gemeente en is gesloten voor bezoekers.

Vorig jaar is er een rechtszaak begonnen tegen de secretaresse van kampcommandant Paul Werner Hoppe. De inmiddels 97-jarige Irmgard Furchner is aangeklaagd voor medeplichtigheid aan de moord op meer dan 11.000 mensen. Ze zou de deportaties- en executiebevelen getypt hebben en daarmee bij hebben gedragen aan de uitvoering daarvan.  Volgens het Openbaar Ministerie hielp ze op deze wijze bij het “systematisch doden van gevangenen”. Johannes Houwink ten Cate, emeritus-hoogleraar Holocaust- en Genocide studies, vertelde op Radio 1 dat het kantoor van de kampcommandant Hoppe niet ver verwijderd was van de gaskamer. Furchner zelf zegt dat ze niet geweten heeft dat er massamoorden hebben plaatsgevonden. “Op die plek waar ze werkte, gebeurde niets anders dan mensen vermoorden”, aldus hoogleraar Houwink ten Cate. De rechter heeft nog geen uitspraak gedaan. 

De kampcommandant waar Furchner voor werkte, Paul-Werner Hoppe, werd in 1953 gearresteerd. Hij werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan moord en kreeg daarvoor negen jaar. Imgard Furchner werd in 1957 tijdens de rechtszaak tegen Hoppe nog opgeroepen als getuige. 

Waarom tonen mensen die meegewerkt hebben aan systematisch vermoorden van mensen nauwelijks berouw? Hoogleraar Houwink ten Cate zei in het interview bij Radio 1 het volgende daarover: “In het algemeen hebben mensen die oorlogsmisdaden hebben gepleegd geen berouw. Ze hebben het gevoel dat ze in die tijd pionnen zijn geweest in een heel groot schaakspel. Dat ze niet in controle waren over hun eigen lot. Dat het de schuld is van de bovenbazen die hen de bevelen hebben gegeven en doordat ze het afweermechanisme hebben ten opzichte van hun eigen schuld, maakt het hen mogelijk om als ze in het weekend mensen hebben vermoord om de volgende maandag om 09:15 uur weer naar kantoor te gaan, nadat ze hun vrouw en kinderen een kus hebben gegeven.”

Wanneer ik mijn rug toe keer naar het kampcommandanthuis zie ik een imposant hek. Men noemende het ook wel de dodenpoort. Via deze toegangspoort kwamen de gevangen het kamp binnen. Volgens de informatieborden van het herdenkingscentrum hebben er 51.684 mensen opgesloten gezeten in kamp Natzweiler-Struthof, 676 daarvan waren Nederlands.

Het strenge regime was direct voelbaar voor de gevangenen. Er was nauwelijks eten, amper medische zorg, geen hygiëne, men moest hard werken in de granietgroeve of in de buitenkampen en er waren talloze keren per dag appèls. Dit deden de SS’ers om de gevangenen te tellen, maar vaak duurde het appèl onnodig lang om de gevangenen te straffen of te treiteren. Daarnaast was het er in de zomer bloedheet en in de winter erg koud. 

Mishandeling, onderdrukking, medische experimenten en executies zijn aan de orde van de dag. Bij de appèlplaats stond een galg. Als een gevangenen de doodstraf kreeg, moesten andere gevangenen toekijken. Op de nabijgelegen zandgroeve vonden de executies plaats. Vaak werden veroordeelde gevangenen niet geregistreerd in het kamp. Bij hun aankomst werden ze naar de nabijgelegen zandgroeve gebracht om te worden doodgeschoten. Hoeveel executies er daadwerkelijk hebben plaatsgevonden is daarom lastig te zeggen.

Natzweiler Struthof was een van de dodelijkste nazi-kampen. Voor het einde van de oorlog stierven 22.000 mensen in het kamp en in de buitenkampen. 

Ik loop rond op het voormalige kampterrein. De mist trekt op en langzaam zie ik de bergen. Vanaf deze verschrikkelijke plek heb je uitzicht op een prachtig landschap. Een prachtig landschap waar mensen moesten verdwijnen. Natzeiler-Struthof was aangewezen als een Nacht und Nebel-kamp. Het doel: verzetsstrijders spoorloos laten verdwijnen. Alsof ze opgelost werden in de nacht en de mist. Ze waren in feite ter dood veroordeeld, alleen werd het vonnis niet gelijk voltrokken. De gevangenen moesten zich ‘dood werken’ in de granietgroeve. De familie van deze gevangenen werd niet op de hoogte gesteld van het overlijden. Op deze manier verdwenen deze mensen. 

Pim Boellaard was een Nacht und Nebel-gevangene. Hij kwam eind oktober 1942 in Natzeiler-Struthof aan. Zijn familie wist van niets. Op 6 september 1944 werd Boellaard op transport gezet naar Dachau. Hij overleefde uiteindelijk de oorlog. Via deze link kan je een interview van hem beluisteren vlak nadat de Amerikanen Dachau hebben bevrijd. Boellaard is 97 jaar geworden. 

De laatste Nederlandse overlevende van Natzweiler-Struthof is in oktober 2020 overleden. Verzetsstrijder Ernst Sillem kwam in 1943 in het kamp. Vanaf dat moment is hij een Nacht und Nebel-gevangene. Hij mag niet schrijven, geen post ontvangen en krijgt geen voedselpakketten meer. Het is er verschrikkelijk. Hij moet hard werken in de granietgroeve. Er is nergens schaduw en in de winter is het erg koud. Na 4 maanden mag hij de granietgroeve verlaten en werd hij hulp-elektricien. De omstandigheden zijn nog steeds slecht, maar beter dan in de granietgroeve. In september 1944 wordt hij op transport gesteld naar Dachau. Daar wordt hij eindelijk bevrijd door de Amerikanen. Sillem is 97 jaar oud geworden. 

In september 1944 begonnen de nazi’s gevangenen uit het kamp te evacueren, vanwege de naderende geallieerden. De meeste gevangenen werden op transport gezet naar Dachau. Slechts enkelen bleven in Natzweiler-Struthof, bewaakt door een handje vol SS’ers. Op 23 november 1944 viel het Amerikaanse leger het kamp binnen. Het kamp Natzweiler-Struthof was het eerste voorbeeld van het concentratiekampsysteem van de nazi’s dat door de geallieerden in West-Europa werd ontdekt. 

Ik sta nog op het voormalig kampterrein en zie in mijn ooghoek de woorden ‘Honneur et Patrie’ (Eer en Vaderland). De woorden zijn geschreven voor een herdenkingsmuur die in een hoek van het voormalige kampterrein te vinden is. Op de gedenkmuur hangen verschillende plaquettes die de slachtoffers van het kamp herdenken. Niet ver van deze plek zie je nog meer dan duizenden kruizen staan die symbool staan voor de Franse burgers die zijn omgekomen in de kampen. Er lijkt geen einde aan het aantal kruizen te komen. 

Ik draai mij om en loop weer naar de toegangspoort. In mijn hoofd is het mistig, terwijl hij buiten compleet is weggetrokken. Het zonnetje laat zich meer zien, maar in mijn hoofd wordt het steeds donkerder. Zoveel verschrikkelijke dingen gelezen en gezien. Het kost tijd om dat te verwerken. Toch vind ik deze plekken ontzettend belangrijk. Het zorgt ervoor dat we blijven herdenken en dat we het niet vergeten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s